.....................Gordijn uit mijn studentenkamer...................

De eerste stap ‘uit huis’ zette ik buitengewoon minimaal. Vanuit het Rotterdamse ouderlijk herenhuis reed ik naar een Amsterdamse zolder, gekocht door mijn ouders voor mij en mijn zussen. Van de ene helft van het gezin naar de andere. Daar zou een volwassen leven beginnen van eigen keuzes, omgekeerde ritmes en zorgeloze etentjes. Maar de verheugde vrijheid bleek net als tijdens mijn kindertijd opgesloten in mijn kamer. Daarbuiten golden regels. En die van zus waren nog strenger dan van moeder. Het omgekeerde ritme hield ik ook maar twee dagen vol. Bovendien kende ik nog helemaal niemand om uit te nodigen voor de gefantaseerde etentjes. En daarom zat ik de eerste maanden vooral in mijn vensterbank. Tussen raam en gordijn sigaretten rokend. Met een onverwachtse tevredenheid. Logisch, wie wil er nou eigenlijk volwassen worden?

 

 

......................Tentdoek tijdens familiehuwelijk...................

Voor het eerst dans ik met mijn neef. Dat is toevallig, het had ook de zoveelste keer kunnen zijn. Opgedofte tantes staan als een schutting om ons heen. Een laatste oud oom probeert een gesprek te verstaan. Collega’s verzorgen het geroezemoes. Een nichtje pakt twijfelend nog een stuk bruidstaart. Een vriendin houdt zich daarnaast trots in. Een kind stoort haar moeder die net de juiste connectie heeft durven aanklampen. De champagne voert het gesprek tussen mijn vader en oude buurvrouw op. Onwaarschijnlijke paren vullen de dansvloer. Het gaat precies zoals het hoort. Mijn neef danst met gebogen knieen, slappe armen en kijkt naar boven. Ik fantaseer ongewild dat hij als een kikker de partytent uit springt. Ik sla mijn armen om zijn nek. Regen perst zich door het niet waterdichte tentdoek, een van de weinige productiefouten. 

 

.................Tafelkleed tijdens een familiehuwelijk.................

 

Het is een beetje donker binnen. De boerderij die omgebouwd is als chique feestlocatie heeft een paar ramen te weinig om mijn hoofdgerecht goed te zien. Aan de overkant van de tafel kijken twee glimlachende gasten me aan. Ze zijn jong, midden dertig. Zij is iets witter dan de rest, hij juist iets roder.  Hun aandacht is volledig op mij gericht, terwijl ze net iets te dicht tegen elkaar aan zitten. Een verloren stel, gok ik. En terwijl hij zijn keel schraapt en zij haar glimlach nog iets ronder trekt begrijp ik dat ik bij ze hoor. Tot mijn bord leeg is. Mijn rol is om de stilte tussen hen op te vullen, door te doen alsof ik hem niet merk.  En omdat ik zo van treurigheid hou, vooral tijdens feesten, open ik het gesprek.


...........Tafelkleed tijdens een diner met vriendinnen...........

 

Iemand schuift haar stoel nog dichter naar tafel. Een ander schenkt prosecco bij. Een glas wordt vanzelfsprekend terug getrokken. Appelsap. Een trotse aai over de buik die prosecco verbiedt. Een stuk kaas dat in een mond verdwijnt. En verschillende zuchten in de stilte van een groot gesprek. Daarin zijn we geen vriendinnen maar moeder, nooit moeder, bijna moeder, bijna geen moeder en geen bijna moeder meer. We stuiven uit elkaar. Ik heb dit gesprek liever niet. Ik hoor bij de verliezers. Maar ik slik mijn tranen terug voor de volgende etappe: ex-vriendjes.

......Picknick kleed tijdens een dag in het Sarphatipark......

 

Er bestaat een lange geschiedenis van samen uit school fietsen, gevolgd door eindeloze telefoongesprekken, elk weekeinde logeren en stapels allesonthullende brieven. En daarom zitten we nu samen in een veel te klein park, ookal begrijp ik al lang niets meer van je. Je bracht dure, bespoten kersen mee. En je hebt een nieuwe lach. Hoog en kort. Eigenlijk is het meer een gil. Met mij heeft die gil weinig te maken. Ik weet zelfs zeker dat je die 'm niet zou hebben als wij elkaar vaker zouden zien. Maar daar geef jij  niet aan toe als je vraagt of ik elke zomer met je wil blijven picknicken. Ik lieg een Ja en weet dat de leugen gelijk zal krijgen. 

 

 

 

 

..................Beddengoed waar ik jaren onder sliep...................

 

Er is weer een rug

Waar mijn hand voorzichtig overheen glijdt

Er is weer een hoge lach

Van mij

Om een grap door de stem

Die bij de rug hoort

 

Er is weer een samen zijn

Meer een botsen dan verbinden

Dus ik mis je als je mijn bed uitslaapt 

In een morgen waar scherp licht

Ons laat zien dat we zomaar twee mensen zijn

.........Vitrage van de ouders van de ex van mijn vriend..........

 

Dat mijn vriends hart ooit oversloeg voor twee andere bruine ogen vind ik liever niet ingewikkeld. Ook al heeft hij maanden gejaagd om die blik in te sluiten. Bij halve foto’s onder het bed denk ik aan ruzie waarin zij verscheurde omdat hij niet begreep. Niet aan hoe die ruzie opgelost werd. In dat bed dat nu van mij is. Het is vaak dragelijk dat geschiedenis spannender is dan onze formule. Dat iemand haar ouders verloochende om hem uit te kleden komt dus amper in me op als ik hem uitkleed. Ik denk wel soms aan die ouders die met andere plannen bezorgd het raam uitstaarden. Daar heb ik geen problemen mee.